Zou haar vader werkelijk ooit een zeppelin hebben gezien? Lea vermoedt dat het een van zijn sterke verhalen is maar dat het luchtschip hen verbindt en velen tot de verbeelding spreekt, blijkt wel uit de nieuwe expositie in de Rebushalte.
Walter, initiator van dit project, vertelt dat Lea al bezig was in het Living Museum toen hij er bijna twee jaar geleden aan de slag ging. Maar terwijl hijzelf in het begin nog moest zoeken – wat ga ik doen, hoe en met wie – was dat bij Lea nooit het geval. ‘Lea tekent, Lea schildert, Lea doet,’ zegt hij.
Lea speelt ook vooral. Dat is voor haar een serieuze zaak. Niet voorbehouden aan kinderen maar iets wat je je hele leven lang kunt doen. Moet doen.
‘Het werk met de touwtje-springende-vrouw dat in de halte te zien is, is een werk wat voor mij typerend is voor Lea,’ zegt Walter. ‘Het gaat door op een beeld wat haar vader had gemaakt. Het ging er daarbij niet om iets nieuws te bedenken maar om te kijken naar wat er is, dat oppakken en verder brengen. Er je eigen werkelijkheid van maken.’

In het weekend van 17 en 18 juni heeft Lea een expositie in de kapel en refter, tegenover de Rebushalte. Een tentoonstelling met werk van haarzelf én bevriende kunstenaars, waaronder een aantal makers uit het Living Museum. ‘De titel van die expo, In between, is een titel die ook mooi aangeeft waar de Rebushalte voor staat,’ vervolgt Walter, ‘want ook op deze plek bevind je je ergens tussenin, tussen waar je was en waar je naar toe gaat.’


Als Lea het stokje van hem overneemt, vertelt ze dat het er eigenlijk niet om gaat hoeveel tijd er is maar wat je met de ruimte doet. ‘Begintijd – tussentijd – eindtijd, het loopt allemaal door elkaar heen en herhaalt zich oneindig.’ Ze leest ons het gedicht voor dat aan de andere kant van deze prachtige blauwe tekening staat; het is geschreven door Judy Elfferich, haar reisgenoot, en verwoordt heel precies en vol beelden de ruimte en tijd waar ze zich nu bevindt.
Halte Tussentijd
Hier moeten we eruit.
Hier stopt de laatste bus,
hij gaat niet meer terug.
Waar zal de nacht ons brengen,
wat staat ons daar te wachten?
We gluren door de ruit.
Dan openen de deuren,
een oud-bekende stem
roept om: ‘Hier overstappen
op luchtfiets, vogelrug
of zelfgemaakte zeppelin.’
We laten alles achter
behalve een klein koffertje
vol zelfverzonnen kleuren
gemaakt om mee te mengen.
Aan jou en jou en jou
wordt dat nu toevertrouwd
dus kom, pak aan pak uit
en kijk: een eindpunt wordt begin,
zo blijven we gebeuren.
We zijn er stil van.
We gaan nog eens goed kijken naar die tekening en laten het gedicht een tweede keer tot ons doordringen. Er wordt nagepraat en dan is het tijd voor koffie, thee en appelcake in het Living Museum.






In de podcast die Walter samen met Fred heeft gemaakt, vertelt Lea uitgebreid over haar werk en ideeën. Ook reisgenoot Judy Elfferich komt aan het woord over het gedicht dat ze schreef. Je kunt het hier beluisteren.
De zeppelin
In haar woordje in de Rebushalte sprak Lea onder andere over haar vader. In haar hand een in een zeppelin omgevormd parapluframe. Als 4-jarige, zo vertelde ze, had haar vader een zeppelin zien overvliegen. Een hele grote, die in de dertiger jaren van de vorige eeuw vanuit Duitsland over Nederland kwam. Dat had diepe indruk op hem gemaakt. Een mooi verhaal, een herinnering, waarover hij zijn kinderen vertelde. Bij Lea was dat door de jaren heen blijven hangen.
Carel Willink, een beroemd kunstschilder uit de vorige eeuw, zag ook zeppelins in zijn jonge jaren. Hij maakte er een schilderij van met mannen die al zwaaiend en vol verwondering zo’n luchtschip zagen overkomen. Zo zou Lea’s vader het ook gezien kunnen hebben!


